HeaderFamilieGeschiedenis van de osteopathie


Grondlegger van de osteopathie is de Amerikaan A.T. Still (1828-1917), die in 1892
de eerste school voor osteopathie stichtte. Hij kwam tot zijn nieuwe medische filosofie
na een intensieve zoektocht en werd vanuit diverse hoeken beïnvloed.

Het uitgangspunt van Still was dat alles wat nodig is voor een goede gezondheid al aanwezig is in het menselijk lichaam. Hij zocht naar niet-medicinale en nietchirurgische methodes om het lichaam te stimuleren zichzelf te genezen. De focus van Still lag bij het oplossen van mechanische beperkingen om zo de circulatie van  lichaamsvloeistoffen te verbeteren. De filosofie van Still bleek in de praktijk succesvol, niet alleen bij musculoskeletale klachten maar ook bij andere destijds bekende aandoeningen (Woodall, 1906, 2001). Op basis hiervan is de moderne definitie van osteopathie ontstaan.

John Martin Little John, een Engelse student van Still, importeerde de osteopathie naar Groot-Brittannië en stichtte in 1917 The British School of Osteopathy in Londen. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd ook de eerste osteopathieschool op het vasteland van Europa opgericht, de l’École Française d’Ostéopathie in Parijs. Vanuit Frankrijk en Engeland verspreidde de osteopathie zich daarna verder over Europa. Tegenwoordig is osteopathie een beroep dat over de hele wereld wordt uitgeoefend. In Nederland werd in 1986 de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie (NVO) opgericht.

Osteopathie krijgt in Nederland steeds meer bekendheid. Op dit moment wordt het door zorgverzekeraars nog gezien als een alternatieve behandelmethode. De Beroepsvereniging maakt zich hard voor de erkenning van osteopathie als reguliere geneeskunde in Nederland.